Big Brother in de ligboxstal
Veehouderij,
juli 2006
Steeds vaker wordt een afkalfstal voorzien van een camera.
Welke systemen zijn het meest geschikt? En wat is er nog meer op de markt? Veehouderij Techniek kijkt wat er voor nodig is om Big Brother te spelen.
Melkveebedrijven maken steeds vaker gebruik van een camera in de afkalfstal. De voordelen zijn duidelijk. Je hoeft ’s nachts niet altijd het bed uit voor een kalfkoe. Maar ook overdag tijdens het eten of de koffie kun je een oogje in het zeil houden op het vee vanuit de woning, kantoor of zelfs via internet vanaf een geheel andere locatie. Vele veehouders zijn immers niet altijd overdag aanwezig. Via een PDA, laptop een pc elders of zelfs een mobiele telefoon, kunnen zij dan meekijken. Inmiddels zou zo’n 30 procent van de melkveehouders dan ook een camera in de stal hebben. En dan gaat het dus niet alleen meer om een camera in de afkalfstal. De trend is om steeds meer met de camera in de gaten te houden. Een camera met een grote kijkhoek of beweegbaar via electromotoren om de hele stal in de gaten te houden heeft daarom te voorkeur. Mooi meegenomen is dat nieuwe ligboxstallen een bijna vrije overspanning en dus geen obstakels hebben. Zo is eenvoudig van afstand een koppel vee in de gaten te houden en zijn bijvoorbeeld tochtige koeien te zien.
Waar koop je dat?
Wie een camera wil aanschaffen kan in principe overal terecht voor de meest uiteenlopende typen en prijzen. Beveiligingsbedrijven, elektronicaconcerns en warenhuizen. Iedereen kan een camerasysteem verkopen. Voor 50 euro is bij bijvoorbeeld Blokker al een draadloos systeem met monitor te krijgen voor afstanden tot 20 meter. Wie het echt professioneel aanpakt, kan wel tot 10.000 euro investeren voor een op afstand beweegbare en zoomende camera. Het zal duidelijk zijn dat de goedkope camerasystemen van een paar tientjes een mindere kwaliteit hebben en je er dus uiteindelijk minder mee ziet. Natuurlijk, het kan voldoende zijn om iets heel globaal in de gaten te houden maar voor een duidelijker beeld en dus beter controle op het vee moet je meer investeren. Enkele leveranciers hebben een samenwerkingsverband met melkmachinefabrikanten of andere landbouwgerelateerde bedrijven. Een camerasysteem bestaat vanzelfsprekend uit een camera, een draadloze of kabelverbinding, eventueel een internetverbinding via een webserver (kastje van 20 bij 30 cm) en een monitor, tv of pc. Sommige systemen nemen alle beelden op.
Verwarde camera
Camera’s voor in de stal moeten allereerst spatwaterdicht en stootvast zijn. Er zijn zogenoemde buitencamera’s nodig ondanks dat ze inpandig hangen. Concens of water van de jaarlijkse schoonmaak mogen de camera immers niet beschadigen. Nog grotere bedreiging voor de camera is ammoniak. Een rvs-behuizing met glazen kijkvenster kan hier wel tegen maar een stalen behuizing waarvan de coating beschadigd is, zal gaan roesten. Op een kunststof behuizing zal aanslag komen dat vooral lastig is bij het kijkvenster. In hoeverre een camera waterdicht is, wordt aangegeven door de IP-index. Bij IP68 is een camera geheel waterdicht en kun je hem dus onderwater houden.
Deze camera’s worden wel ingezet in karpervijvers. Voor ligboxstallen of jongveeschuren is een camera met IP66 voldoende. Dit is spatwaterdicht. Wie het echt luxe wil hebben kan kiezen voor een interne verwarming van de camera om condens op de lens te voorkomen.
Lenskeuze
De keuze van de lens bepaalt hoe scherp en wijd het gezichtsveld op de monitor wordt. Wie een overzicht over de stal wil, doet er goed aan om voor een groothoeklens te kiezen met een vaste of variabele zichthoek van zeker 80 graden. Met een dergelijke lens is zonder de camera te bewegen een groot deel van de stal te zien. Zonder groothoeklens is alleen te fixeren op een detail in de stal. Dat is vaak voldoende in de afkalfstal waar de koe op één plek staat. Maar als de koe een keer verligt, kan net haar achterkant buiten beeld raken. Bij de camera’s wordt vertelt ‘hoeveel millimeter de lens is’. Dat slaat op de zogenoemde brandpuntsafstand van een lens. De brandpuntsafstand hangt samen met de zichthoek. (Kleinere afstand betekent een grotere hoek). 8 tot 12 mm is vergelijkbaar met het menselijk oog. Alles eronder is groothoeklens, alles erboven is een telelens. Natuurlijk zijn er naast vaste lenzen ook zoomlenzen verkrijgbaar waarvan het brandpunt te verschuiven is.
Kijken in het donker
De camera zal veel gebruikt worden in de avonden en nachten. Voor een goede werking is de lichtsterkte ofwel het aantal lux op de juiste plaat een belangrijke factor. De meeste zwart-witcamera’s kunnen voor een goede werking met minder lux toe en geven bij bijvoorbeeld 0,01 tot 0,2 lux al een goed beeld. Een beetje kleurencamera heeft 0,8 lux nodig. Daarom springen veel kleuren camera’s in het donker over op zwart-wit. Om een idee te krijgen: 0,1 lux is hetzelfde licht als bij volle maan en 1 lux krijg je bij donkere schemering. In een gemiddeld kantoor is er tussen 200 en 400 lux. Om in de donkere stallen te kunnen kijken zijn de camera’s uitgerust met infrarood LED-lampjes om de lens heen. Hiermee verlichten ze het beeld tot 10 meter vanaf de camera. Ook zijn aparte infraroodstralers verkrijgbaar die tot 50 meter verlichten. Dat is natuurlijk duurder. Het infraroodlicht zie je niet en het is niet schadelijk voor mens of vee om in te kijken, weten de leveranciers ervan. Natuurlijk kunnen er ook gewone wit-lichtlampen naast de camera worden gemonteerd of in de te filmen ruimte. Dan is er al snel 100 tot 600 Watt aan licht nodig. Nadeel is dat felle wit-lichtlampen ten koste gaan van de rust in de stal en dat het niet past bij een strak lichtregime.
Draadloos niet feilloos
Wie een nieuw camerasysteem moet installeren, zal tot de conclusie komen dat een draadloze versie daarvoor het mooiste is, Je hoeft slechts de camera op te hangen en de monitor aan te knippen en klaar is kees. Geen uren werk dus met het kabels trekken. Helaas geven draadloze systemen vaker storing of valt het signaal helemaal weg. Er is namelijk maar een toegestaan signaal (2,4 Ghz) in Nederland waar al deze signalen overheen moeten. Voorwaarde voor een draadloossysteem is dat er een kijk-lijn is tussen camera en ontvanger. En die is er vrijwel nooit. Ook de afstand mag met maximaal 100 tot 150 meter niet te groot zijn. Natuurlijk zijn er ook goede draadloze systemen maar dan ben je zeker vanaf 600 euro kwijt. Enkele leveranciers praten zelfs over duizenden euro’s. Om een draadloossysteem bedrijfszeker te laten functioneren heeft bijvoorbeeld cameraleverancier Alcasat uit Nieuwleusen een externe antenne aan de camera. Deze wordt buiten op een strategisch punt opgehangen voor een betere verbinding. Bij kabelverbindingen voor een analoge camera met bijvoorbeeld monitor wordt een zogenoemde coaxkabel gebruikt van ongeveer een euro per meter. Hier gaat naast het signaal ook het 12 V stroom door.
Camera met eigen adres
De analoge camera’s die een signaal direct doorgeven aan een monitor of tv krijgen concurrentie. Deze camera’s kunnen namelijk geen beelden aan het internet of computer doorgeven. Met een converter die het signaal omvormt, is dit weer te verhelpen. Makkelijker is het, voor degene die via een niet lokale pc of PDA zijn stal in de gaten houden, om gelijk een IP camera te nemen. Een IP-camera heeft een eigen IP-adres (internet protocol) ofwel webserver. De camera onthoudt dus zelf de signalen en is dus eigenlijk een losse computer in een netwerk waar op ingebeld kan worden. Het is dus wat anders dan een webcam die alleen maar beelden doorgeeft aan een lokale pc. De IP-apperatuur kost (vanaf 150 euro) hetzelfde als analoog maar de mogelijkheden zijn groter. Nadeel van de moderne IP-camera is dat de beelden juist ouderwets schokkerig overkomen. De camera kan namelijk maar een aantal frames (beelden) per seconden doorgeven.
Elk snufje een vakterm
In uw zoektocht naar de ideale camera zult u ongetwijfeld nog veel meer technieken bij behorende afkortingen tegenkomen. Veel voorkomend is de PIR-sensor (Passive Infra Red). Het is gewoon een bewegingsmelder zoals die op veel buitenlampen zit. In dit geval schiet bij een beweging de camera aan. Niet echt nuttig in stallen natuurlijk waar altijd iets beweegt maar het zit erop. Op IP-camera’s wordt ook wel de verandering van het beeld gemeten om activiteit te registreren. Ook zijn diverse camera’s uitgerust met geluid. Dit wordt weinig verkocht omdat het veel ruis geeft. Geluid maakt u echter wel sneller wakker als er een koe is die het moeilijk heeft. Natuurlijk zijn er ook allerhande beweegbare camera’s te koop die via afstandsbediening of via het toetsenbord van uw computer naar links en rechts en omhoog en omloog zijn te bewegen. Wie echt alles wil zien kan de camera zelfs aan een rails door de stal plaatsen. Meerdere camera’s ophangen kan natuurlijk ook. Vaak wordt er gesproken over een CCD-camera. Dat betekent gewoon dat het een digitale camera is met een lichtgevoelige cel. In plaats van een fotografische film is er een chip aanwezigheid waar de beelden op worden vastgelegd.
Beelschermen
Als het over de te kiezen beeldschermen gaat, wordt er gesproken over de diagonale groottes van het scherm en de resolutie. De Diagonaal van een scherm word uitgedrukt in inch. Een is 2,54 cm. De meeste geleverde monitoren zijn 12 of 15 inch. De resolutie word zoals bij digitale fototoestellen niet uitgedrukt in pixels (ofwel beeldpunten) maar in beeldlijnen. Hoe meer beeldlijnen hoe duidelijker het beeld. Meestal gaat het om 300 tot 500 beeldlijnen. In een scherm zijn ook de beelden van meer camera’s tegelijk naast elkaar te zetten.
Installeren
De plek waar een camera uiteindelijk opgehangen wordt, is veel bepalend voor een goed zicht. Natuurlijk moeten obstakels als spanten, staanders, ventilatoren zoveel mogelijk uit het zich van de camera blijven. Ook een plek waar weinig trillingen zijn en geen stof of vocht neerslaat, verdient de voorkeur. Net zo voor de hand liggend is dat de afstand tot het in zicht te krijgen voorwerp goed is. Het moeilijkst is het om het licht bij de camera goed te regelen. Je wilt zowel bij nacht als overdag iets met de camera zien. Wanneer er lichtlaten in het dak zitten of er een doorzichtige nok is kan de camera te veel tegenlicht te verwerken krijgen en een slecht beeld geven. Aan de andere kant mag het weer niet te donker zijn. Duurdere camera’s hebben een tegenlichtcompensatie. Een camera laten installeren door een professional is het best, maar kost natuurlijk al gauw 25 euro per uur. De bekabeling aanleggen kan eenvoudig zelf worden gedaan. De installateur heeft dan maar een korte tijd nodig om het systeem aan te sluiten.
Tochtige koeien zie je niet altijd. Want hoewel ze onrustig zijn en besprongen worden of andere koeien bespringen, gebeurt dat vaak buiten het oog van de veehouder. Soms springen ze ’s nachts, soms springen ze helemaal niet. Het gevolg laat zich raden. Te weinig koeien worden op tijd geïnsemineerd. De tussenkalftijd wordt te lang, de melkgift blijft niet op peil en omzet en aanwas dalen. Een aantal dieren wordt voortijdig verkocht. Zou je de dieren op tijd tochtig zien, dan is dat niet nodig. En daar kan een activiteitsmeter een handje helpen. In het buitenland is het al een populair apparaatje, maar in Nederland gebruikt maar een kleine 15 procent de stappenteller, zo blijkt uit gegevens van fabrikant Nedap. Het Nederlandse bedrijf levert al jaren activiteitsmeters aan grote melkmachineleveranciers als westfaliaSurge, Lely, Manus, en ook RMS. Alleen DeLaval gebruikt haar eigen Alprometers. Op het moment dat Nedap aankondigt een nieuwe generatie stappentellers te introduceren, is dat dus nieuws. De nieuwe Lactivator volgt de oude Respactors op die sinds 1991 in gebruik zijn.
Korte interval
Net als de oude versie combineert de Lactivator het tellen van stappen met de indentificatie van het dier. Daar zit hem de verandering dus niet in. Ook is de grootste verandering niet de verbeterde vorm van het apparaat, hoewel hij nu wel beter om de poot van de koe zou moeten blijven zitten. Ook de kogelschakelaar die de bewegingen van de koe registreert en onder een andere hoek is geplaatst, is niet het nieuws. Nee, de belangrijkste aanpassing is de manier waarop de bewegingen van het dier worden vastgelegd. Of liever de tijd waarover dat gebeurt. Registreerden de oude versies van de Nedap-stappenteller alle bewegingen van de koe over een periode van twaalf uur, de nieuwe versie legt dat iedere twee uur vast. Toegegeven, echt uniek is dat niet. De stappentellers van DeLaval registreren ieder uur de gegevens. Maar waarom doen ze dat? Een korte registratie interval heeft een paar voordelen. In het verleden werd de activiteit van de afgelopen 12 uur vast gelegd en vergeleken met die van 24 uur eerder. Erg nauwkeurig is dat niet. Een afwijking is immers niet duidelijk te zien, simpelweg omdat de afwijking van het normale gedrag niet zo groot was. Je mist dus tochtige dieren. Door de activiteit van het dier iedere twee uur vast te leggen en die te vergelijken de activiteit van dezelfde periode een dag, 24 uur, eerder, wordt de nauwkeurigheid van de tochtbepaling groter. Je kunt immers precies zien in welke periode die verhoogde activiteit plaatsvond en of dat voor langere tijd achtereen het geval is. Een loslopende hond in de stal zal dus maar weinig attenties opleveren. Want een attentie verschijnt pas op het moment dat de activiteit niet eenmalig maar drie perioden van twee uur achter elkaar hoger was dan de dag ervoor. Volgens Nedap ziet het systeem tot 90 procent va de tochtige dieren. Nog steeds is 15 procent van de dieren die een attentie krijgt, niet tochtig. Dat is minder dan met de oude stappentellers waarbij het aantal vals-positieven tien procent hoger ligt. Bijna een derde van de koeien op het lijstje was dus helemaal niet tochtig. Ook lag de detectiegraad ongeveer vijf procent lager.
Verdachtmelding
Zeker op bedrijven met veel koeien verlies je gemakkelijk het overzicht wat het opsporen van tochtige dieren lastig maakt. Doordat de computer dat overzicht wel heeft, kun je tijd en geld besparen. Melkveehouder Harry Berntsen, die in Azewijn (Gld.) 175 koeien melkt, kent de voordelen van de nieuwe stappenteller ondertussen. “Ik heb het idee dat we alle tochtige koeien nu ook echt vinden.” Hij vaart nu blind op de attentielijst. Tijdens het binnenlopen van de melkstal passeerde Zwartje 299 een antenne en werd ze herkend aan het gele 136 gram zware blokje om haar poot. Tegelijkertijd werden alle gegevens die in de chip zijn opgeslagen uitgelezen en overgedragen naar de computer waar het managementprogramma VC5 van Nedap op draait. In een van de schermen geeft een grafiek aan hoeveel stappen het dier de afgelopen zeven dagen verzette. Maar als je wilt kun je ook de afgelopen 50 dagen of de hele lactatie terugkijken. Hoewel de activiteit behoorlijk hoger was dan normaal, was ze niet tochtig. Aan een paar uitschieters in de grafiek is duidelijk te zien dat ze meer stappen dan normaal verzette; ze mocht voor het eerst naar buiten. Over een paar dagen komt deze koe niet meer op de lijst voor. Het systeem weet dan dat ze de vorige dagen rond dezelfde tijd ook naar buiten ging en dat er geen sprake is van tocht. Zou ze wel tochtig zijn, dan zul je in dezelfde grafiek zien dat op dat moment haar krachtvoeropname daalde. Immers, ook op het moment dat ze de krachtvoerbox binnenloopt, wordt ze herkend en gaan ook de krachtvoeropnamegegevens naar de computer. Vertoont het dier gedurende de eerste twee uur een verhoogde activiteit, dan verschijnt er een verdachtmelding op het scherm. Is dat na zes uur nog steeds het geval, dan komt ze op de attentielijst en kan ze,als ze tenminste niet drachtig is, automatisch worden gesepareerd. Dan is het verstandig het dier meteen te insemineren. Overigens kun je met de activiteitmeter ook zien of het dier ziek of kreupel is. Dan is haar activiteit immers lager dan normaal.
Twee versies
Nadeel is dat er in de stappenteller nog steeds een batterij is te vinden die de chip voedt. Gelukkig gaat hij zeven tot acht jaar mee, waarna je de hele teller moet vervangen. In de tussentijd blijft de identificatie gelukkig wel gewoon werken. Nedap levert de Lactivator, die ongeveer 80 euro per stuk kost, in twee versies. De eerste bevestig je met een gepatenteerde kunststofband om de poot van de koe. De tweede versie hangt om de nek van het dier, aan de band waarop ook schuifnummers zijn bevestigd. De resultaten met deze meter zijn echter minder goed dan die van de pootversie. Terwijl het percentage tochtige dieren dat daadwerkelijk door de meter wordt opgespoord op 80 procent ligt, is 45 procent van alle dieren met een attentie ten onrechte als tochtig aangemerkt. Melkveehouders die met een oude versie werken, kunnen gemakkelijk overstappen naar de nieuwe Nedap-stappentellers, al moet wel de zend-ontvanger aangepast worden.
